Luminous

Sappho, Teresa en Rabia — drie vrouwen die liefde opnieuw uitvonden

Dertien eeuwen en drie continenten scheiden hen. Maar als je hun woorden naast elkaar legt, spreken ze over dezelfde onderstroming — liefde die niet gaat over een object, maar over een manier van aanwezig zijn.

Door Jeanette·14 april 2026·12 min lezen·2.447 woorden
"Gij, gij en ik — de hemel en de aarde zijn in uw ontmoeting."

Drie vrouwen, één onderstroming

Stel je voor: drie vrouwen aan een tafel.

De ene draagt een eenvoudige jurk van ruw Grieks linnen, haar haar in een knot, haar hand op een lira. Zij leefde rond 600 v.Chr. op het eiland Lesbos. Ze heette Sappho.

De tweede draagt een zware zwarte habijt, haar handen rustig in elkaar, haar ogen gesloten. Zij leefde in Spanje in de zestiende eeuw. Ze heette Teresa van Avila.

De derde zit op de grond in een klein vertrek ergens in Basra, Irak. Ze draagt een versleten mantel. Ze is geboren als slaaf en heeft zichzelf vrijgekocht met een leven van extreem eenvoudige toewijding. Ze leefde in de achtste eeuw. Ze heette Rabia al-Adawiyya.

Dertien eeuwen. Drie religies. Drie talen. Drie geografische werelden die elkaar nauwelijks kenden.

En toch: als je hun teksten naast elkaar legt, spreken ze over dezelfde onderstroming. Liefde niet als verbinding met een object — een man, een geliefde, een god buiten jou — maar als een manier van aanwezig zijn in je eigen lichaam, je eigen bewustzijn, je eigen aanwezigheid hier.

Deze drie vrouwen zijn precies zo belangrijk voor Luminous als de tantrische en Taoïstische bronnen. Sterker: zij zijn vaak de ingang voor vrouwen die moeite hebben met het Sanskriet en het exotische. Zij spreken Europese talen, zij kennen het christendom of de islam van binnenuit, zij zijn herkenbaar op een manier die de oude Indiase teksten soms niet zijn.

In dit artikel gaan we ze een voor een tegenkomen. En aan het einde zetten we hun woorden naast elkaar, zodat je kunt zien wat ze werkelijk met elkaar deelden.

Sappho — de eerste stem van vrouwelijk verlangen

We weten weinig over Sappho. Ze leefde op Lesbos. Ze had een kring van jonge vrouwen die bij haar leerden — dichtkunst, muziek, dans, waarschijnlijk ook filosofie. Ze schreef in het Aeolisch dialect, in meervoudige versmaten die later naar haar zijn vernoemd (Sapphische strofe).

Haar werk was beroemd in haar eigen tijd en de eeuwen daarna. Plato noemde haar "de tiende muze". De Alexandrijnse bibliotheek bewaarde negen boeken van haar werk. Die boeken zijn allemaal verloren gegaan — sommige door bibliotheekbranden, sommige door christelijke verbranding in de vierde eeuw, sommige door simpele vergeetachtigheid.

Wat we nu van haar hebben zijn fragmenten. Papyrussnippers uit Egyptische afvalbergen. Citaten in de werken van latere auteurs die haar aanhaalden. Eén fragment is bijna compleet; de andere honderd ongeveer zijn soms maar één zin, één woord, één lettergreep.

Maar luister naar wat bewaard is gebleven:

Hij lijkt mij een god, de man die tegenover je zit, dicht bij je, en naar je stem luistert, zacht sprekend,

en je betoverende lach, die — ik zweer het — mijn hart tot stilstand brengt in mijn borst; want als ik je maar even zie,

is er geen stem meer, mijn tong breekt, subtiel vuur loopt onder mijn huid, mijn ogen zien niets, mijn oren suizen,

een zweet overvalt mij, een beven bevangt mij, ik ben bleker dan gras, en ik lijk haast dood te zijn.

Fragment 31. Het beschrijft wat wij nu "verliefdheid" zouden noemen, maar dan in een precisie die pas eeuwen later terugkwam. Merk op: het onderwerp is niet de man. Het onderwerp is wat gebeurt in Sappho's lichaam als ze de vrouw ziet die tegenover hem zit.

Dit is vrouwelijk verlangen vastgelegd door een vrouw — niet zoals latere mannelijke schrijvers het zouden invullen, maar zoals het werkelijk wordt ervaren: als een overname van het lichaam, een hitte, een beven, een bijna-dood.

En nog belangrijker: het object van haar verlangen is een andere vrouw. Niet schokkend in haar tijd — Griekse cultuur kende allerlei vormen van same-sex-intimiteit zonder de latere westerse schaamte. Maar wel een bevestiging, 2600 jaar geleden al, dat wat wij nu "bi-aantrekking" of "vloeibare seksualiteit" noemen, altijd is bestaan.

Haar andere fragmenten gaan over bruiloften, over vriendschap tussen vrouwen, over de godin Aphrodite, over verdriet, over bloemen in haar, over jonge vrouwen die haar kring verlieten om te trouwen. Het is nooit droog. Het is altijd belichaamd.

Wat Sappho ons meegeeft: dat je lichaam de plek is waar verlangen begint en eindigt, en dat de ervaring van verlangen op zich al een hele geschiedenis kan zijn — los van wat er met de ander gebeurt.

Teresa van Avila — de vrouw die God in haar lichaam ontmoette

Teresa werd geboren in 1515 in Spanje, in een familie van marranos (gedwongen-bekeerde joden) aan de vaderskant. Ze trad op haar twintigste in een Carmelite-klooster, en vanaf haar veertigste begon ze aan een hervorming — ze stichtte een nieuwe, strengere, intens contemplatieve tak van de orde (de Discalced Carmelites) waarin zij vijftien kloosters oprichtte, veelal tegen de wil van de kerkelijke autoriteit.

Haar geschriften — vooral Het Innerlijke Kasteel (1577), Leven (haar autobiografie) en De Weg van Volmaaktheid — zijn meesterstukken van mystieke psychologie. Wat ze beschrijven is niet abstract geloof, maar een extreem concrete reis door wat zij de "zeven woningen" van de ziel noemde.

Wat ons hier interesseert: Teresa's beschrijving van de goddelijke ontmoeting is lichamelijk. Niet metaforisch. Lichamelijk. Zij schrijft over een doorboring van haar hart, een hete pijn die tegelijkertijd de diepste extase is, een plotselinge ineenzakking van haar knieën, een toestand waarin ze minutenlang niet kon spreken.

Haar befaamdste passage gaat over de Transverberatie — de momenten waarop zij, in haar eigen woorden, door een engel werd doorboord met een gouden speer met vuur aan het uiteinde. Hoor wat zij schrijft:

Ik zag in zijn hand een lange gouden speer en aan de punt leek er een klein vuurtje te zijn. Dit leek hij verschillende keren in mijn hart te duwen en door te drukken tot in mijn ingewanden. Toen hij hem eruit trok, liet hij mij helemaal in brand gelaten met een grote liefde voor God.

De pijn was zo hevig dat ik kreunde; en toch was de zoetheid van deze extreme pijn zo groot, dat er geen mogelijkheid is om het te willen laten ophouden, noch om je ziel met iets minders dan God tevreden te stellen.

Lees dat nog eens.

Latere commentatoren hebben gestreden over wat Teresa hier precies beschrijft. Sommigen lezen het als seksuele ecstasy met spirituele oververtaling. Anderen lezen het als zuiver mystiek. Maar dat is een valse tegenstelling. Wat Teresa zegt is dat in haar ervaring het onderscheid tussen "lichamelijk" en "spiritueel" helemaal niet bestaat. Er is één werkelijkheid die zowel de pijn als de extase, zowel de vuurheat als de vrede, zowel het verlangen als de bevrediging draagt.

Honderden jaren later, in de Shakta-traditie, is hetzelfde wat mystici over Kundalini beschrijven — een energie die door het lichaam stroomt waarin wij onderscheid maken tussen zintuig en bewustzijn, maar die zelf geen onderscheid maakt.

Wat Teresa ons meegeeft: dat het diepste spirituele niet apart staat van het lichaam maar er precies doorheen gaat. Dat liefde voor het heilige lichamelijk voelt, niet ondanks maar omdat die twee nooit écht gescheiden waren.

Rabia al-Adawiyya — liefde voorbij hoop en angst

Rabia werd in 717 geboren in Basra, in het hedendaagse Irak. Haar familie was arm. Volgens traditionele verhalen werd zij als kind kidnapped en als slaaf verkocht. Haar eigenaar liet haar zwaar werken, maar toen hij op een nacht ontdekte dat zij in haar kleine cel zat te bidden in een lichtkrans die niet verklaarbaar was, liet hij haar vrij.

Zij koos een leven van extreme eenvoud. Ze trouwde niet. Ze hield geen eigendommen. Ze leefde van wat mensen haar gaven en wat zij niet nodig had gaf ze direct weg. Ze was een Sufi — de mystieke stroming binnen de islam — in een tijd waarin het soefisme als zodanig nog nauwelijks bestond.

Wat Rabia bijzonder maakt, is dat zij aan de basis staat van het concept al-hubb al-ilahi — goddelijke liefde — dat het hele soefisme daarna zou definiëren. Maar meer dan dat: zij introduceerde een idee dat destijds radicaal was en nu, twaalfhonderd jaar later, nog steeds velen verrast.

De meeste religieuze mensen in haar tijd — en nu trouwens ook — benaderen het goddelijke met twee motivaties: hoop op het paradijs en angst voor de hel. Rabia zei: allebei doen niet ter zake. Het gaat om de liefde zelf.

Haar beroemdste woorden:

O mijn God, als ik U aanbid uit angst voor de hel, verbrand mij dan in de hel. Als ik U aanbid in hoop op het paradijs, sluit mij dan uit van het paradijs. Maar als ik U aanbid om Uzelf alleen, onthoud mij dan niet van Uw eeuwige schoonheid.

Lees dat opnieuw. Zij vraagt om gestraft te worden als haar liefde berekend is. Dat is geen nederigheid. Dat is een radicale weigering om de goddelijke werkelijkheid te reduceren tot een transactie.

Rabia had een andere befaamde zin — één die in meerdere vertalingen bewaard is gebleven — over welke kant van zichzelf zij zag als de waardigste:

Ik loop met een fakkel in mijn ene hand en een emmer water in de andere. Met de fakkel wil ik de hemel in brand steken. Met het water wil ik de hel doven. Zodat wij God kunnen liefhebben zonder op een beloning te wachten en zonder een straf te vrezen.

Dit beeld is iconisch geworden in het soefisme. En het heeft diepe implicaties voor de rest van ons — niet alleen voor religieuze mensen.

Wat Rabia ons meegeeft: dat elke liefde die is vermengd met ergens op hopen of iets vermijden nog niet de echte liefde is. Dat de echte liefde iets is dat je doet omdat het vanzelf door je stroomt, niet omdat je er iets voor terug wilt. Dat geldt voor goddelijke liefde. Dat geldt ook — en dit is de brug die wij maken — voor liefde in relaties, voor liefde voor jezelf, voor liefde voor je kinderen, voor liefde voor het leven zelf.

Wat deze drie vrouwen samen zeggen

Lees deze drie fragmenten nu naast elkaar:

Sappho:

mijn tong breekt, subtiel vuur loopt onder mijn huid, mijn ogen zien niets, mijn oren suizen.

Teresa:

Een klein vuurtje... duwde hij in mijn hart en door tot in mijn ingewanden... de zoetheid was zo groot.

Rabia:

Met de fakkel wil ik de hemel in brand steken, met het water wil ik de hel doven — zodat wij kunnen liefhebben zonder op een beloning te wachten.

Valt je iets op?

Alle drie werken met vuur.

Sappho voelt het onder haar huid als ze een vrouw ziet die zij liefheeft. Teresa voelt het in haar hart als de goddelijke liefde haar binnenkomt. Rabia draagt het in haar hand om te blussen wat ons van ware liefde scheidt.

Dat is geen toeval. In de meeste wijsheidstradities is het vuur de metafoor voor de levenskracht die door ons heen stroomt — de Kundalini, de ch'i, de prana, de Heilige Geest, het Shakti. Deze drie vrouwen — zonder elkaar te kennen, over dertien eeuwen — beschrijven allen dezelfde ervaring vanuit hun eigen context.

En wat ze over liefde zeggen, is verwant:

  • Sappho: liefde is lichamelijk. Zij overneemt je lichaam en leert je wat je bent.
  • Teresa: liefde is lichamelijk. Zij doorboort je hart en verbindt je met wat groter is dan jij.
  • Rabia: liefde voorbij angst en hoop is liefde zelf. Alles daarvoor is nog handel.

Leg dat bij elkaar en je hebt een liefdesfilosofie die onze cultuur nog niet heeft. Niet de romantische liefde van Hollywood. Niet de utilitaire liefde van relatieboeken. Niet de afstandelijke liefde van spirituele bypassing.

Een liefde die is: belichaamd, lijdzaam, vuurig, onbevreesd, niet-hongerig, en tegelijk radicaal aanwezig.

Waarom vrouwelijke mystici zo lang onzichtbaar bleven

Er is een reden dat je in de meeste Nederlandse literatuurlessen niets over Sappho, Teresa en Rabia hebt gehoord — of hoogstens een voetnoot.

Sappho's boeken zijn verbrand, gecensureerd, en tot fragmenten gereduceerd. Pas in de 20e eeuw begon er serieus onderzoek, vooral door vrouwelijke academici.

Teresa's geschriften zijn wel bewaard gebleven — de kerk kon haar niet negeren, daarvoor was haar invloed te groot — maar ze werden zorgvuldig geneutraliseerd. Haar lichamelijke taal werd herinterpreteerd als "alleen metaforisch". Haar politieke en organisatorische genie werd teruggebracht tot "gehoorzame non". Ze werd heilig verklaard — wat eigenlijk een manier is om een vrouw zo onreachable te maken dat ze niet meer te imiteren is.

Rabia werd bijna vergeten in de eeuwen na haar dood, en pas hersteld door mannelijke soefi-meesters (Attar, Rumi) die haar als bron citeerden. Dat betekent dat wat wij nu van haar lezen grotendeels is doorgegeven via latere mannelijke interpreten — niet via haar eigen woorden direct.

Het is geen toeval dat alle drie deze vrouwen op verschillende manieren zijn gereduceerd in hun overlevering. Vrouwelijke mystieke stemmen zijn in vrijwel alle grote tradities zorgvuldig beheerst — bewonderd op afstand, gebruikt waar nuttig, maar niet volwaardig uitgegeven als wat ze waren: leraressen.

Wij halen hen terug niet om ze te imiteren. We halen ze terug om hun lijn aan te horen. Zodat wij niet denken dat wij de eersten zijn die dit zoeken.

Hun lijn naar ons

Als je vandaag, in je eigen leven, iets ervaart dat niet in de taal van onze cultuur past — een verlangen dat te groot voelt, een liefde die geen vorm krijgt, een verdriet dat heilig lijkt, een vuur onder je huid dat niet van een persoon komt — weet dan dat er vrouwen voor jou waren die hetzelfde meemaakten.

Zij hadden andere woorden. Sappho noemde het Eros. Teresa noemde het God. Rabia noemde het Vriend. Jij mag het noemen wat je wilt. De werkelijkheid eronder is hetzelfde.

En dat is wat Luminous fundamenteel doet: je verbinden met de lijn waar jij toe behoort, ook als je dat nooit bewust zo hebt gevoeld. Je bent niet alleen. Je bent niet ongeoorloofd. Wat in jou leeft, leefde ook in Sappho, in Teresa, in Rabia.

En in alle vrouwen daartussen die wij nooit bij naam zullen kennen.


Dieper gaan

In Module IV — Schaduw & Schaamte werken we uitvoerig met Teresa's passages over woundings of love en Rabia's lessen over liefde voorbij angst. Vooral haar radicale idee dat angst en hoop beide ons van echte aanwezigheid afhouden, is bruikbaar in werk met eigen schaamtezones. Deze module is trauma-geïnformeerd en begeleid door Jeanette en Mary samen.

In Trede 2 komen alle drie deze vrouwen als bronteksten terug. Hun fragmenten worden niet alleen genoemd maar hardop gelezen en in oefening gebracht. Zie opleiding voor de volledige week-structuur.

Verder gaan

Als dit je raakte — hier kun je het belichamen.

Elk artikel is een voorproef. Module — Schaduw & Schaamte is het volledige traject waar deze wijsheid in je eigen lichaam kan landen — op jouw tempo, met begeleiding.

#sappho#teresa-van-avila#rabia#mystiek#vrouwelijke-stemmen#liefde-voorbij-angst

Wie dit las, las ook